Overnachten op de bakplaat van Death Valley?
Door: Johanna
Blijf op de hoogte en volg Johanna
21 Mei 2011 | Verenigde Staten, Death Valley Junction
Wat een dooie boel, daar in Death Valley
De naam Death Valley stamt uit de tijd van de ‘goldrush’, zo rond de jaren 1850. In die tijd gingen veel pioniers op zoek naar goud in het westen. Om in de bergen van California te komen moesten ze destijds een heel eind omrijden (dat omrijden ging op paarden en pakezels, en met mazzel hele primitieve auto’s). In de jaren 1849/1850 zijn er een stel de vallei doorgestoken, met voor eentje de dood tot gevolg, en voor de rest ook bijna. Death Valley kan ontzettend heet worden, zo boven de 50 graden. Het heeft lange tijd het warmterecord op aarde gehad, het is bijvoorbeeld warmer dan in de Libische woestijn. Da’s erg heet.
In Death Valley hebben ze een aantal ‘dorpjes’, van letterlijk een paar huizen, en die ‘plaatsen’ hebben vaak nogal onheilspellende namen als Furnace Creek en Stovepipe Wells vanwege hun hoge bakplaat-gehalte. Death Valley is ook in andere aspecten een plek van uitersten. Zo ligt het laagste punt in de Verenigde Staten in Death Valley: de plek Badwater. Dat plekje heet niet zo vanwege de badkuip waar Death Valley op lijkt, maar vanwege het riviertje dat er stroomt. De pioniers van vroeger, die doodop door de Death Valley heen gingen, hun enige auto inmiddels verbrand hadden om zo vlees te kunnen roosteren, hebben dat gemerkt: het water in Badwater is giftig. ‘Bad water’, dus. En zo werd Death Valley weer wat onheilspellender.
De reisgids vertelde ons dat er maar zeer weinig campingplekken in Death Valley waren, en dat het dus handig zou zijn om te reserveren. Toen we bij de eerste campground aankwamen stonden er welgeteld nul tenten (mag maar tot april in verband met de hitte), en één camper. Dat gaf op zich wel aan dat het niet helemaal leuk zou zijn daar… Ondanks dat we de vorige dagen in de sneeuw in Yosemite en Sequoia hebben gelopen, ben ik de hitte van Texas inmiddels wel gewend. Maar echt, dit sloeg alles. Ik wil niet levend gegrild worden op de bakplaat van Death Valley. We zijn dus maar doorgereden, zo’n 90 mijl (150 kilometer) Death Valley uit.
In the middle of nowhere
Toen moesten we nog een camping vinden. Ons systeem om een overnachtingsplaats te vinden is tot nu toe gebaseerd op drie soorten informatiebronnen. Dat zijn 1) een reisboek dat de nationale parken beschrijft met een lijstje campings voor elk park erbij; 2) een wegenkaart waar ‘tentjes’ en ‘bomen met tentjes’ zijn aangegeven als er ergens een camping is; 3) een catalogus van campings van de KoA (Kampings of America) organisatie voor volledig uitgeruste maar ook dure campings. Gooi daaroverheen een flinke portie geluk en een scheut ‘we zien wel’ en zo komt het dat we ’s ochtends niet weten waar we ’s avonds uitkomen.
Omdat we zaterdagavond niet volgens ‘planning’ (of ‘ideetje’) in Death Valley sliepen, moesten we op zoek naar wat anders. Onze volgende grote stop zou de Grand Canyon zijn, dus we moesten door Nevada. Dat betekende nog een stuk van zo’n 150 mijl (ongeveer 250 kilometer). Deze keer had ik twee ‘tentjes’ op de kaart gezien. Als enigen in de verre omtrek, dus. Wij er heen. Nu heeft Nevada al helemaal niets – rechte stukken weg, bergen, prairie, hier en daar een prikkelbosje, meer is het niet – we waren dus opgelucht dat de camping er in werkelijkheid ook echt lag.
Wederom een verrassing: de campground lag op ruim 7000 voet (=2100 meter, ter vergelijking: als wij in Frankrijk gaan skiën, slapen we op 1600-1800 meter). Vlak voor de campground zagen we beesten naast de weg: ezels, antilopen en/of herten. Waar onze vorige campings altijd nog een wateraansluiting en een WC-hok hadden, had deze campground helemaal niets. Niets! Het kostte dan ook niets. De campground lag op een helling, en het was dus even prutsen om de camper een beetje waterpas te krijgen (anders rol je ’s nachts je bed uit, niet handig).
Wat hebben wij een mooie avond gehad. Met uitzicht op de sneeuw op Mount Charleston (skigebied), een koude maar heldere nacht waardoor we veel sterren konden zien, een hele straffe wind die om de camper heen suisde en de gedachte aan ezels/antilopen/herten om je rijdende huis, hadden wij het prima voor elkaar.
-
23 Mei 2011 - 05:39
Marjolijn:
Heeeej Johanna en Michiel!
Leerzaam verslag, weet ik dat ook weer van Death Valley!
Leuk om jullie verhaal te lezen, lijkt me superleuk met een camper en vooral het idee dat je smorgens niet weet waar je savonds slaapt! Wat maken jullie veel mee, super!
Geniet maar lekker daar en van elkaar!
Fijne dagen!
Liefs Koen Marjolijn Maud en Luuk -
27 Mei 2011 - 10:34
Hendrieke:
He Johanna en Michiel!
Soms vraag ik mij af, hoe weet jij altijd al die informatie die staat geschreven? Zit jij met een reisgids een mooi verhaal te schrijven op je blog? Of lezen jullie alle bordjes die naast de weg staan en dat jullie dat onthouden en later op je blog zetten?
Eigenlijk zijn alle foto's die je op je blog ziet net foto's uit een of ander leuk natuur magazine. Eigenlijk krijg ik nu meer spijt dat ik niet naar Texas ben gekomen. Stom he!
Liefs xx
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley